De handel in en het bezit van beschermde dieren en planten of producten die van beschermde dieren of planten zijn gemaakt, is aan strikte regels gebonden. Het CITES-verdrag regelt de internationale handel in bedreigde dieren en planten.
CITES staat voor: Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora. In het Nederlands betekent dit: Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde uitheemse dieren en planten.
De bepalingen van het CITES-verdrag zijn voor Nederland verwerkt in de Flora- en faunawet (Ff-wet). Deze wet regelt ook handel en bezit voor een aantal soorten die niet onder het CITES-verdrag vallen.
Het is in principe verboden inheemse beschermde dieren en planten te verzamelen, verhandelen, vervoeren of bezitten. Op deze regel zijn uitzonderingen, bijvoorbeeld voor vogels die in gevangenschap zijn geboren. Handel in en bezit van uitheemse dier- en plantensoorten is in veel gevallen toegestaan. De handelaar of de eigenaar moet dan wel een vergunning of certificaat hebben.
Het prepareren van dieren is ook aan regels gebonden. Beschermde inheemse diersoorten zijn onderverdeeld in drie categorieën:
Wie in aanmerking wil komen voor een prepareervergunning, moet geslaagd zijn voor een preparateurexamen.
Soms komt het voor dat mensen een dood dier vinden en dit willen laten prepareren. Dit is mogelijk. De vinder van een dood dier kan dit afleveren bij een preparateur. Daarbij moet de vinder een verklaring van de politie hebben waaruit blijkt dat het dier een natuurlijke dood is gestorven of buiten schuld of medeweten van de houder om. Als het een dier uit het buitenland is, moet het in overeenstemming met de wetgeving van het land van herkomst zijn verkregen. Gaat het om een bedreigde soort, dan zijn de afspraken uit het CITES-verdrag van toepassing.
Voor opvang van in het wild levende dieren is een ontheffing nodig op basis van artikel 75 van de Flora- en faunawet. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) is op basis van het natuurbeleid terughoudend met het verlenen van deze ontheffingen. Op dit moment geldt het 'stand still-beginsel'. Bestaande ontheffingen voor de opvang van in het wild levende dieren kunnen worden verlengd, maar voor nieuwe opvang worden geen ontheffingen verstrekt. De Vereniging van Opvangcentra voor Niet-gedomesticeerde Dieren (VOND) werkt momenteel in overleg met de sector aan een protocol voor de opvang van in het wild levende dieren.
Het in het wild uitzetten van dieren is gebonden aan regels. Voor een aantal soorten die als 'biologische bestrijder' (bijvoorbeeld in de tuinbouw) worden gebruikt, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen van de Flora- en faunawet. Biologische bestrijders spelen namelijk een belangrijke rol bij de duurzame en veilige teelt van voedsel.
Het doel van CITES is om te voorkomen dat de internationale handel in (producten van) dieren en planten het voortbestaan van die dier- en plantensoorten bedreigt.
CITES trad op 1 juli 1975 officieel in werking. Inmiddels hebben zich 171 landen bij de overeenkomst aangesloten.
In de Europese Unie is een aantal verordeningen van kracht waarmee het CITES-verdrag kan worden uitgevoerd. Het CITES-verdrag heeft drie bijlagen waarin de bedreigde dieren en planten zijn opgenomen:
Of handel is toegestaan en onder welke voorwaarden wordt bepaald door de bijlage waarop de dier- of plantensoort is opgenomen. Bepalend is ook of de dier- of plantensoort uit het wild komt of in gevangenschap is gefokt of gekweekt.
CITES beschermt alleen soorten waarin internationaal wordt gehandeld en die (mogelijk) met uitsterven worden bedreigd. Dit betekent dat veel dier- en plantensoorten niet onder het CITES-verdrag vallen en vrij kunnen worden verhandeld. Voorbeelden zijn schorpioenensoorten, de meeste soorten ratelslangen en veel vissoorten.
CITES is een soortenbeschermingsverdrag en geen verdrag dat gericht is op de bescherming van bijvoorbeeld leefomgevingen en migratieroutes. Het verdrag houdt zich ook niet bezig met dierenwelzijn.
Overzicht bijlage 1, 2 en 3 htpp:// www.cites.org/eng/appendices.shtml
Er gaat veel geld om in de internationale handel in bedreigde planten en dieren. Deze handel is zeer divers: van levende planten en dieren tot producten die ervan worden gemaakt: voedingsmiddelen, producten van exotisch leer, houten muziekinstrumenten, hout, curiosa voor toeristen, geneesmiddelen, enzovoort.
Bescherming van bedreigde planten en dieren is van groot belang. Niet alleen omdat uitsterven van planten en dieren moet worden voorkomen. Met het uitsterven van bepaalde planten en dieren wordt ook de leefomgeving (en inkomstenbronnen) van de voornamelijk lokale bevolking bedreigd. Veel soorten waar nu in wordt gehandeld, zijn nog niet direct met uitsterven bedreigd. CITES ziet er op toe dat de soortenrijkdom ook voor de toekomst is beschermd.
Elk land dat zich bij het CITES-verdrag heeft aangesloten, is verplicht om een Management Autoriteit (MA) en een Wetenschappelijke Autoriteit (SA) in te stellen. Deze houden zich bezig met het geven van richting (beleid) en advies, en uitvoering van het verdrag. De Management Autoriteit in Nederland is ondergebracht bij het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Het CITES-bureau (deel van de Management Autoriteit) in Den Haag is verantwoordelijk voor de afgifte van de verschillende CITES-documenten. Meer informatie over deze documenten is te vinden op de website van Het LNV-Loket (in de rechterkolom). Het komt voor dat het CITES-bureau verplicht advies moet inwinnen bij de Wetenschappelijke Autoriteit.
Voor invoer, uitvoer of wederuitvoer over de buitengrenzen van de Europese Unie is een invoervergunning, kennisgeving van invoer, uitvoervergunning of wederuitvoervergunning vereist. De Europese regelgeving kent naast deze vergunningen het EG-certificaat voor eigendomsoverdracht, commerciële handelingen en vervoer binnen de Europese Unie. Deze regelgeving is ook in Nederland van kracht.
In Nederland worden planten en dieren ingevoerd met een CITES-invoervergunning. Vaak zijn deze planten of dieren uit het wild gehaald. Toch kunnen ze gewoon worden gehouden als de houder de juiste documenten heeft.
Voor een aantal beschermde diersoorten geldt in Nederland een bezitsverbod. Dit verbod geldt voor de dieren uit bijlage I die niet aantoonbaar in gevangenschap zijn gefokt of geboren. Het gaat dan onder andere om apen, katachtigen, en sommige uit het wild afkomstige papegaaien- en schildpadsoorten.
In bepaalde gevallen kan ontheffing worden verleend van het bezitsverbod. Wie toch een dergelijke diersoort wil houden (bijvoorbeeld als huisdier), moet daarom vóór aanschaf een bezitsontheffing aanvragen. Voor het verlenen van een bezitsontheffing wordt een aantal zaken getoetst, zoals legale herkomst en, waar mogelijk, de aanwezigheid van een microchip (geïmplanteerd in het dier) of naadloos gesloten pootringen.
Veel diersoorten, zoals apen en roofdieren, mogen in Nederland niet thuis worden gehouden, ook niet als ze in gevangenschap zijn geboren.
De Algemene Inspectiedienst (AID) is in Nederland de controle- en opsporingsdienst als het gaat om de bestrijding van illegale handel in bedreigde planten en dieren. De AID geeft ook ondersteuning aan douane en politie door het leveren van kennis en expertise op het gebied van CITES en de Flora- en faunawet.
Ook de Regionale Milieuteams (RMT's) en Interregionale Milieuteams (IMT's) van de politie houden zich bezig met CITES-handhaving. De RMT's verrichten controles bij bedrijven en inrichtingen. IMT’s nemen grootschalige opsporingszaken voor hun rekening.
De douane controleert CITES-regels aan de Nederlandse grenzen (zoals de Rotterdamse haven en luchthaven Schiphol). Daarbij assisteert de AID.
De Flora- en faunawet is op 1 april 2002 in werking getreden. Deze wet regelt de bescherming van planten- en diersoorten. In de Flora- en faunawet zijn EU-richtlijnen voor de bescherming van soorten opgenomen (Habitatrichtijn, Vogelrichtlijn) en het internationale CITES-verdrag voor de handel in bedreigde diersoorten.
Onder de Flora- en faunawet zijn als beschermde soort aangewezen:
De wet regelt onder meer beheer, schadebestrijding, jacht, handel, bezit en andere menselijke activiteiten die een schadelijk effect kunnen hebben op beschermde soorten.
De doelstelling van de wet is de bescherming en het behoud van in het wild levende planten- en diersoorten. Het uitgangspunt van de wet is 'Nee, tenzij'. Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten in principe verboden zijn. Van het verbod op schadelijke handelingen ('nee') kan onder voorwaarden ('tenzij') worden afgeweken. Daarnaast stelt de wet dat ook dieren die geen direct nut opleveren voor de mens van onvervangbare waarde zijn (erkenning van de intrinsieke waarde).
In de Flora- en faunawet is een zorgplicht opgenomen. Deze zorgplicht houdt in dat menselijk handelen geen nadelige gevolgen voor flora en fauna mag hebben. De zorgplicht geldt voor alle planten en dieren, beschermd of niet. In het geval van beschermde planten of dieren geldt de zorgplicht ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend. De zorgplicht voor dieren betekent niet dat er geen dieren mogen worden gedood, maar wel dat dit, indien noodzakelijk, met zo min mogelijk lijden gepaard gaat.
De Flora- en faunawet bevat een aantal verbodsbepalingen om ervoor te zorgen dat in het wild levende soorten zoveel mogelijk met rust worden gelaten. Deze verbodsbepalingen houden onder andere in dat (beschermde) planten niet geplukt mogen worden. Dieren (beschermd of niet) mogen niet gedood, verwond of gevangen worden. Ook de plaatsen waar dieren verblijven zijn beschermd. Het uitzetten van dieren of planten in de vrije natuur is niet toegestaan, net zomin als het kopen of verkopen van (beschermde) planten of dieren, of producten die van (beschermde) planten of dieren zijn gemaakt.
De Flora- en faunawet maakt het voor provincies mogelijk een bepaalde plek in landschap aan te wijzen als beschermde leefomgeving. Zo kunnen plaatsen die van groot belang zijn voor het voortbestaan van een planten- of diersoort worden beschermd. Een beschermde leefomgeving kan bijvoorbeeld zijn: een fort of bunker waar vleermuizen overwinteren, een dassenburcht, een plek waar orchideeën groeien of een muur waarop beschermde planten groeien
Soorten database
Deze database bevat beknopte informatie over de formele status van soorten die in Nederland in het wild voorkomen of voor zouden kunnen komen. Staat de soort in een bijlage van de Habitatrichtlijn? Is de soort beschermd onder de Flora- en faunawet? Is er een vrijstelling onder de Flora- en faunawet op de soort van toepassing? Is de soort een rodelijstsoort? Op zulke vragen krijgt u antwoorden.
Tevens bevat de database beknopte biologische informatie over soorten. Wat is de officiële naam van de soort? Plant de soort zich in Nederland voort? Hoe zeldzaam is de soort? Gaat de soort achteruit? Ook op zulke vragen krijgt u antwoorden. Voor Natura 2000-soorten is er aanvullende ecologische informatie.
Voor Natura 2000-soorten waarvoor gebieden zijn aangewezen of waarvoor een Ff-wet-ontheffing i.v.m. ruimtelijke ingrepen nodig is, bevat de database ook nog nuttige beheerinformatie. Ook is via de database nuttige informatie beschikbaar over soorten die overlast of landbouwschade kunnen veroorzaken.
U kunt via meerdere ingangen zoeken:
De database bevat vaak meerdere namen voor een-en-dezelfde soort. Dat komt omdat naast de soort ook vaak zogeheten ondersoorten worden onderscheiden. En, omdat niet alleen de soortnaam wordt vermeld die momenteel door Nederlandse biologen wordt gehanteerd, maar ook de soortnaam zoals die in een overheidspublicatie staat vermeld.
De database is met de grootst mogelijke zorgvuldigheid samengesteld en zal daarnaast nog verder worden ontwikkeld. U kunt er geen rechten aan ontlenen.
Zie: http://minlnv.nederlandsesoorten.nl.db/i000252.html
Bron: Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Het is de bedoeling dat ook de overige Europese soorten hierin opgenomen worden wat het geheel inzichtelijker maakt.
Overdrachtsverklaring inzake CITES en de Flora en Faunawet
Verkoper/ Owner
Naam/ Name :
Adres/ Address:
Woonplaats/ City:
Bovengenoemde verklaart hierbij te hebben over gedragen aan;/above mentioned declares to have transferred to;
KOPER/ NEW OWNER
Naam/ Name:
Adres/ Address:
Woonplaats/ City:
Vogelsoort/ Bird species:
Wetenschappelijke naam/ Scientific name:
Aantal/ Quantity:
Cites nummer/ Cites doc.number:
Verkoper/ Owner
Verkoper verklaart dat de hierboven genoemde vogel(s) in gevangenschap in Europa is/zijn geboren en de ouders legaal in gevangenschap leven.
Certifies that the above-mentioned bird (s) were captive bred in Europe and that their parents were lawfully held in captivity.
Plaats en datum/ Place and date:
Handtekening/ Signature:
Koper/ New Owner
Hierbij verklaar ik, als nieuwe eigenaar, dat de bovengenoemde vogel(s) in goede gezondheid heeft ontvangen.
Hereby I declare, as the new owner, that the above-mentioned bird(s) are in good health by handling over.
Plaats en datum/ Place and date:
Handtekening/ Signature: